Japan on a BMW motorbike Part 1


Advertisement
Japan's flag
Asia » Japan
December 13th 2013
Published: December 14th 2013
Edit Blog Post

December 2012 I travelled 4 weeks on a BMW 700 GS (sponsored by BMW Japan) all over Japan. I wrote a travel story and took pictures for the leading Dutch motorbike magazine MOTOR. The 12 page article was published in two editions. More than 3500 km in wintery circumstances. An exceptional opportunity and way to visit a country that has long been on my list of favorite travel destinations. There is no means of transport that brings more joy, excitement and adventure to travel than riding a bike. Agile, free, see, feel and smell! The second part of this trip will be published soon.

Schokkend begin

Ik droom. Iemand schudt onbedaarlijk aan mijn stapelbed. Of is het het koppeltje boven mij dat onstuimig de liefde bedrijft? Dan bedenk ik dat ik helemaal niet in een stapelbed lig maar op een futon op een tatami vloer. Ik schrik wakker, de Aizuya Inn in de wijk Taito piept en kraakt. Een heuse aardbeving. Welkom in Tokyo!

Het is zondag en dus kan ik morgen pas de BMW 700 GS ophalen bij BMW Motorrad Japan. Met mijn trapfietsje als vervangend vervoer verken ik het 35 miljoen inwoners tellende Tokyo, de grootste metropool ter wereld. Fietsers en fietsen in overvloed in Japan. Allemaal damesfietsjes met een mandje voorop. Fietsen is verplicht op de stoep, zigzaggend tussen al die Japanners. Met de 634 meter hoge nieuwe Skytree Tower als oriëntatiepunt fiets ik door de stad. Ik bezoek een rommelmarkt en de Yasukuni tempel in de wijk Chiyoda en eet ramen soep en yakitori, Japanse saté. Laverend op de fiets tussen de voetgangers vervolg ik mijn weg richting Yoyogi Park. Eerst nog even Harajuku induiken. Deze wijk wordt vooral op zondag bevolkt door een mix van hippe jongeren in Lolita, gothic of punk uitdossing. Een kleurrijk straatbeeld in het decor van gekke modewinkeltjes en eettentjes. In de directe nabijheid Yoyogi Park, het Vondelpark van Tokyo. Hier wordt gesport, geflaneerd, gemusiceerd en nog veel meer. Iedereen doet zijn kunstje. Mensen staan in kluitjes bomen te fotograferen; exorbitant geklede honden paraderen met hun baasjes door het park en Japanse Rockabilly’s dansen de benen onder hun lijf vandaan. Veel kilometers en indrukken later keer ik terug op mijn matje in Aizuya Inn. Als ik ’s avonds het wijkje inloop, zie ik tal van (hup-) sake alcoholisten en in de verloederde winkelgalerij liggen daklozen in hun kartonnen nachtverblijf.

On the Road

Met de metro gaat het naar BMW Motorrad Japan, Gran Tokyo South Tower bij Tokyo Station. Het kaartje kopen is een avontuur op zich en de rit helemaal. Het treinstel wordt letterlijk volgestouwd met forensen al dan niet voorzien van de typische witte mondkapjes. Niemand kijkt elkaar aan of zegt ’n woord en de helft van de passagiers slaapt staand. Met Takeshi Osumi van BMW Motorrad duik ik de kelder van het immense gebouw in waar een compleet arsenaal aan BMW motoren staat. Even later sta ik met de appelrode BMW 700 GS op straat in Tokyo. Opwinding en adrenaline zijn mijn deel. Nauwelijks onderweg dwingt een minipolitiebusje met zwaailicht, sirene en drie mini-agentjes mij tot stoppen. Stopteken over het hoofd gezien. Zonder boete mag ik mijn weg vervolgen. ‘’Arigato, dank je wel!’’, stamel ik.

Voordat ik de stad verlaat, wil ik geld pinnen maar dat lukt bij geen enkele pinautomaat. Uiteindelijk wel met paspoort en credit card bij het loket van een bank. Alleen bij postkantoren en op Narita Airport kan je pinnen hoor ik later. Links rijden went snel maar ontsnappen aan het immense Tokyo is een crime. Via de tolweg lukt het me met moeite mij uit de klauwen van de stad te bevrijden. Fly-overs, gigantische bruggen, beton, asfalt en onafzienbare verkeersstromen schieten voorbij.

Koffie in blik

Op een parkeerplaats maak ik halt. Het is barkoud dus even opwarmen, een pisstop en een blik op de kaart. Naast mij een Japanner op een Ninja. Hij is zo vriendelijk voorop te rijden naar de tolweg richting Atami. Ik rij in de schemer over een bochtige weg langs de Pacific en vind een eenvoudig hotelletje in Atami. Schoenen uit, potje thee op de kamer, rijstpapieren schuifdeuren, tatami matten en futon. En niet te vergeten de Yukata, een ‘kimono’ voor mannen die klaarligt. Als ik vraag of ik de Yukata kan kopen, krijg ik die cadeau.

Ik koop wat eten bij Hotto Motto, een fastfoodketen van vooral gefrituurde vis die je overal in Japan tegenkomt. Opvallend in Japan zijn ook de vele automaten met koffie in blik, thee en fris. Heel Japan is er van vergeven. Zo ook van de buurtwinkelformules ‘’7/11’, ‘’Family Mart’’ en ‘’Lawson’’ waarmee het land bezaaid is. Deze winkels voorzien in zowel sushi boxen, broodjes, warme koffie in blik en niet onbelangrijk publiek toiletten en verwarming. Ze zijn gedurende mijn reis een vaste waarde om af te tappen of bij te tanken. Ook voor Japanners zijn ze een geliefde stop, al is het maar om de laatste Manga strips door te bladeren. De bediening buigt, dribbelt en rent met de typische Japanse motoriek, echter zonder echt vooruit te komen. Altijd met een schuchter lachje en onder het uiten van onverstaanbaar Japanse beleefdheden. Zelden ook een land gezien met zoveel tankstations. Mantan (vol) is het woord waarmee de zuinige GS met een verbruik van rond 1:25 zich blij laat voltanken bij een benzineprijs van euro 1,40 per liter.

Frontale aanval

Even was ik bang dat Japan slechts dure tolwegen kent maar eenmaal op B-wegen ben ik daarvan verlost. Er blijken andere beren op de weg. Nergens mag je harder dan 50 km per uur, overal stoplichten en tot mijn grote verschrikking overal camerabewaking en flitsers boven de weg. De volgzame Japanners houden zich aan regels en dus ook aan de snelheid. Je ontkomt er niet aan dat je menigmaal harder rijdt dan 50 en verrast wordt door een camera. Ik ben bang voor een enorme navordering van BMW Japan op mijn toch al schamele bankrekening. Maar dan doe ik een mooie ontdekking. De camera’s zijn allemaal frontaal en kunnen motorrijders niet flitsen. Maar opschieten doet het allemaal niet op die binnenwegen vol stoplichten en een onnozele snelheidslimiet.

Onsen

Ik rij een mooi bochtig parcours langs de Pacific Ocean over het schiereiland Izu. Bordjes langs de weg maken me attent op de vele spa’s of onsen zoals ze in Japan heten. De meest fantastische warmwaterbaden die je goddelijk verwarmen na een koude rit, want koud is het in het winterse Japan en de onsen op Izu behoren tot de mooiste van Japan. Vijf lagen kleding maken een Michelin mannetje van mij maar nog geen kacheltje. Het zonnetje breekt door als ik aan de zuidwest kant van Izu rij over bergwegen met uitzicht op prachtige baaien. Aan de mooie route komt snel een einde als ik richting Mount Fuji rij. Een aaneengeregen stedelijke agglomeratie, schreeuwende reclames, hoogspanningsmasten, veel industrie en druk verkeer. Maar plots is daar Mount Fuji, de indrukwekkende bijna 4000 meter hoge besneeuwde vulkaankegel die je bij goed weer zelfs vanuit Tokyo kan zien. Een beklimming in de winter is helaas verboden. Vlak voor zonsondergang schiet ik koud en vermoeid een hotel binnen. Die worden weggespoeld in de goddelijke warmwaterbaden van het grote spahotel in Fujinomiya.

Geen kip

De volgende dag rij ik door een rommelig en oneindig verstedelijkt landschap langs Hamamatsu, hometown van Yamaha , langs de kust naar Atsumi. De motor gaat in de buik van de ferry. De passagiers nestelen zich niet in stoelen maar -schoenen uit- zittend of liggend op een daarvoor bestemde vloer. Na een overtocht van ongeveer 1 uur rij ik weer op vaste bodem. Door beboste heuvels en bergen gaat het richting Koya San. Ondanks bergen en kou zie ik kleine theeplantages, verrassend veel boomgaarden met sinaasappel- en mandarijnenbomen, kakibomen, bananenplanten en kleine rijstvelden. Geen koeien, geen paarden en geen kip te zien. Op een platgereden wasbeerhond, ook geen wilde dieren. En wat mensen betreft? Geen hond op straat! Het landschap lijkt op de Ardennen maar minder fraai door menselijk ingrijpen zoals constructies tegen landverschuivingen en overal hoogspanningsmasten en tunnels. Op het nieuws hoor ik dat een van die tunnels, de Sasago tunnel is ingestort en 9 mensen om het leven zijn gekomen.

Gezellig hondenhok

Om de haverklap wegwerkzaamheden met evenzoveel stoplichten en nog meer verkeersregelaars. Vaak zijn het werkzaamheden aan berghellingen die van een betonnen honingraatskelet worden voorzien om aardverschuivingen te voorkomen. Ik rij naar Koyasan, het hoofdkwartier van het Shingon Boeddhisme. Prachtig gelegen tussen majestueuze, eeuwenoude cederbomen vind je 120 tempels, kloosters en de Okunoin begraafplaats, de grootste en mooiste van Japan. De beelden op de graven zijn soms van kleding voorzien zoals kleurrijke petjes en slabbetjes. Ik slaap in het nieuwe Guesthouse Kokuu. Mijn slaapvertrek is een soort hondenhok (www.koyasanguesthouse.com), maar wel leuk en knus. De jonge eigenaren Ryochi en Yuri Takai ontvangen me hartelijk.

’s Ochtends om 5 uur sta ik op om in de duisternis en ochtendnevel door het betoverende cederbos en zijn duizenden graven te struinen en het ochtendgebed van de monniken mee te maken. Een bijzondere ervaring. Als ik later in de ochtend over een bergpas naar Ryujin rij, begint het de sneeuwen en de temperatuurmeter van de BMW begint te knipperen als teken dat de temperatuur het nulpunt nadert. Gelukkig stijgt na het passeren van de pas de temperatuur. Even later duik ik een mooie onsen in Ryujin in en warm me op in het hete bad met uitzicht op de rivier. Opgewarmd zet ik mijn reis voort.

Topper als reisgenoot

In Wakayama neem ik de ferry naar Tokushima op het eiland Shikoku. ’s Avonds verken ik Tokushima en maak kennis met de Pachinko hallen. Pachinko is een gokspel met stalen knikkers dat het midden houdt tussen een fruitautomaat en een flipperkast. Overal in Japan staan gigantische gokhallen waar duizenden Japanners hun gokverslaving uitleven in een orkaan van lawaai en caleidoscoop van kleuren.

Langs rivieren, door tunnels en over hangbruggen gaat de reis door bochtig en bergachtig gebied. Soms is het landschap mooi maar spectaculair is het nergens. De vloeistofgekoelde tweecilinder viertakt BMW 700 GS is een uitstekende reisgenoot. Makkelijk opstappen, lenig sturen, boterzacht schakelen, comfortabele houding, zuinig en pittig accelererend. Écht een topper. Die handvatverwarming komt nu ook goed van pas. Alleen de uitstraling had voor mij wel iets brutaler en avontuurlijker gemogen zoals bij zijn grotere broer de 800 GS.

Ontdooien, drogen en bijtanken

In Kochi rijden lieflijke oude trammetjes door de stad, weggereden uit een stripverhaal. De tramconducteurs zijn voorzien van witte handschoentjes en een smetteloze witte pet. Het begint te regenen. Ik heb november/december als reisperiode gekozen omdat dit de droogste maanden zijn. Voor- of najaar zijn betere reisperiodes. Door en door koud, doorweekt en met het water klotsend in mijn laarzen stap ik hotel Furuiwaya Sou in Shikoku National Park binnen. Kleren gaan in de wasmachine en droger, laarzen voor de kachel en ik zelf dompel mij onder in de onsen tussen de naakte Japanners. Mijn kamer is traditioneel Japans met schuifpanelen van hout en rijstpapier, tatami matten, een laag tafeltje met theeceremonieset, etc. Het klassieke Japanse ontbijt de volgende ochtend is van wereldklasse. Zelden zo uitgebreid en lekker ontbeten met meer dan 20 gerechtjes van zeewier, groene thee, rijst, miso soep, zure pruimen en zoete vis en wat al niet meer.

Japanse verwennerij

Via Ozu rij ik naar Misaki en maak met de ferry de oversteek naar het eiland Kyushu. Ik bezoek de ASO vulkaan, de grootste van Japan en één van de grootste van de wereld. De caldera heeft een omtrek van 114 kilometer. In de snijdende wind en bittere kou rij ik door een desolaat landschap tot aan de top van de vulkaan. Toeristen arriveren met een kabelbaan. Zwavelgassen zorgen voor een verstikkende lucht en met grote regelmaat worden hordes Japanse toeristen wegens gasgevaar de toegang ontzegd.

In Kurokawa, een kuuroord omgeven door hoge bergen, bergriviertjes en bossen wil ik naar een echte Ryokan, een traditioneel Japans hotel. Dat het hier een exclusief vakantieoord betreft zie je aan het dure wagenpark en een verdwaalde BMW 700 GS. Ryokan Yamamizuki (http://www.yamamizuki.com/english/english.html ) is prachtig en op mijn Japanse kamer word ik verwelkomd met een theeceremonie door een Japanse schone. De baden binnen en buiten zijn een zen-satie en het Japanse ontbijt dat ik de volgende ochtend gekleed in yukata geniet is spectaculair. Ik ben wars van luxe maar dit is toch echt een niet te missen ervaring. Euro 140,- kost een overnachting hier met diner en een ontbijt. Zonder het diner rest een bedrag van euro 75,-, daar teken ik voor.

Zoevend over de Japanse wegen bereik ik Kumamoto waar ik voor de vierde keer de ferry neem, deze keer naar Shimabara op het eiland Kyushu om van daaruit het verste punt van mijn reis te bereiken, Nagasaki.


Additional photos below
Photos: 132, Displayed: 30


Advertisement



Tot: 0.14s; Tpl: 0.056s; cc: 8; qc: 23; dbt: 0.0184s; 1; m:saturn w:www (104.131.125.221); sld: 1; ; mem: 1.3mb