Dag 7 in Bamako


Advertisement
Mali's flag
Africa » Mali » District of Bamako
May 5th 2015
Published: May 5th 2015
Edit Blog Post

4-5-12

Na het ontbijt om 7:00 uur namen we een taxi naar de Nederlandse ambassade in Bamako voor een kennismaking. Het was een prettig gesprek over de ontwikkeling op het gebied van nationaal watermanagement en voedsel. Na afloop kreeg ik van de ambassadeur een kaartje met zijn telefoonnummer en emailadres. ‘voor contact’ zei hij.

Daarna reden we naar het kantoor van ICO. ICO en EWS international werken samen aan een ontwikkelingsproject op het gebied van tuinbouw en voedselproductie. Een deel van de onderzoeken die ik ga uitvoeren maakt ook deel uit van ICO.

Opvolgend gingen we naar de bank om een bankpas aan te schaffen. Binnen was het een grote drukte. De distributeur die ons naar de bank taxiede wurmde zich door de menigte een weg naar de balie, en babbelde even met iemand. Daarna werden we opgehaald door iemand van de bank die ons via een aantal trappen boven bracht en door verschillende deuren heen hielp tot we bij een deur aankwamen met ‘directeur’ erop. Daar werden we binnen gelaten. In het kantoor zat een dikke donkere man met de meest relaxte glimlach op zijn gezicht dat ik ooit had gezien. Hij droeg een goudkleurig maatpak met korte mouwen dat te krap leek wanneer hij zat. De distributeur kende hem klaarblijkelijk, want na even praten pakte hij een formulier, vroeg om onze paspoorten en vulde deze zonder enige haast in. Tot irritatie van sommige van ons met een snelheid van soms wel 1 letter per 2 seconden. Na een klein half uur toen het formulier was ingevuld gaven we heb een hand en mochten we weer naar beneden waar de drukte was. Volgens de man achter de balie kan ik de pas ergens later deze week ophalen.

Inmiddels was het al middag en tijd voor lunch. Mijn stagebegeleider had een lunch georganiseerd bij een oude vriend van hem vlakbij Hotel Mande. Tussen de krotwinkeltjes reden we een straat binnen. Onopvallend werd de deur van de auto geopend en werden we een huis binnen geëscorteerd. We kwamen in een prachtige ‘jardain’ die achter hoge muren lag verstopt. Een huishulp opende de deur voor ons en we kwamen in een grote villa terecht. In het huis maakten we kennis met de eigenaren die vriendelijk en gastvrij waren. Ik kreeg een rondleiding door het huis waarna we riant gingen lunchen. Een schaal van zeker 60 cm met Afrikaanse rijst met lokale groenten, aardappels, pepers en vis werd opgediend door een andere huishulp. De gedachte dat ik alleen maar dikker ben geworden de afgelopen week in Afrika voelt een beetje dubbel. Na het hoofdgerecht werd er een schaal met papya’s en mango’s opgediend. Die hier veel lekkerder zijn dan in Nederland omdat ze beter kunnen afrijpen. Ik krijg een zak mango’s en een grote fles eucalyptushoning mee voor in het hotel. We nemen afscheid en een chauffeur rijd ons terug in een van de auto’s. Het gebruik van ‘huishulpen’ is ook onder donkere mensen normaal, maar ik merk dat ik mij daar niet comfortabel bij voel. Wel worden deze mensen natuurlijk betaald.

Terug in Hotel Mande ga ik op bed liggen om te slapen. Het is warm en ik heb last van de hitte en ben nog niet gewend aan het eten in Mali. Aan het eind van de middag vertrek ik naar Hotel Bouna. In een dikke Lexus (jeweetwel met TV schermen in de hoofdsteunen enzo) wordt ik richting zuiden gereden. Het straatleven is altijd druk, maar staat nooit stil. Overal klinkt muziek en getoeter. De uitlaatgassen zijn overweldigend als je geen goede luchtventilatie hebt in je auto. Brommers zoemen als vliegen tussen de auto’s door en fietsers, voetgangers, verkopers en vee kabbelen en kruislings tussendoor. Het went snel want na een week doe je zelf net zo hard mee.

Opvallend is dat er bijna geen mensen bedelen op straat. Kinderarbeid komt wel veel voor, maar maakt geen heftige indruk op me. De bevolking bestaat voor de helft uit kinderen van 15 jaar en jonger. Ik kan mij voorstellen dat een bijdrage van deze jonge populatie broodnodig is om al deze monden te voeden. Bovendien beperkt het de kinderen niet om naar school te gaan. De vrouwen zijn sterk en onafhankelijk. Ik zie ze regelmatig met een kind op hun rug werken op het land. In de zon is het dan ruim boven de 40 graden. Ik zweet hier al als een rund ik in de schaduw stil zit en niets doe. De vrouwen hebben een mooie klederdracht met veel kleuren.

De ergernis die ik ken van het verkeer in het Westen zie ik hier niet en ook sombere gezichten zijn zeldzaam. Er wordt mij uitgelegd dat de mensen een soort trots hebben. De chauffeur wijst naar een krot (een paar golfplaten en geen meubels) de man die er in woont draagt een pak en heeft een glimlach. Ik zeg niet dat dit idealistisch is, maar voor een Westerling toch op zijn minst bijzonder om te zien.

We draaien vanuit de krottenwijk een geasfalteerde weg op. Ik kom aan bij Hotel Bouna dat meer in het zuiden van Bamako ligt. Naar verwachting zal ik hier een week blijven voordat ik in een huis ga wonen. In het hotel doet de wifi het soms en in de kamer is het tegen de 50 graden, net als buiten. De airco helpt maar matig tegen de hitte, maar het grote bed ligt iig zacht. Gesloopt door de zomerhitte van Afrika plof ik neer, en ik denk: ‘de rest komt morgen wel’.

Het is 3 uur later. De stroom is uitgevallen. Ik wordt wakker van in de hitte in mijn hotelkamer. Ik voel me duizelig en licht in mn hoofd. Met mn telefoon zoek ik in het pikdonker mijn kleding en sleutel en ga naar beneden. Daar vraag ik iemand of er een probleem is met de elektriciteit. Hij neemt me mee naar buiten en laat een groot gapend gat zien in een transformator. ‘Die exploderen wel eens al het boven de 45 graden is, de olie wordt dan bloedheet’ Ik ga weer naar boven om op bed te liggen…Inmiddels ken ik mezelf: morgen lach ik toch weer om vandaag….

Advertisement



Tot: 0.056s; Tpl: 0.017s; cc: 8; qc: 50; dbt: 0.0187s; 1; m:saturn w:www (104.131.125.221); sld: 2; ; mem: 1.4mb