5,6,7,8 juni 2008
De bedoeling was om met 2 Hiluxes en 5 personen naar Apoera te rijden. Een dorpje aan de grens bij British Guana, het dorp hebben we nooit gehaald..Wel een hele mooie kreek 80 km voor Apoera de Mozes Kreek.
Dag1:
We wilden nog in het donker vertrekken zodat we met zonsopgang op de bauxiet weg zouden zijn. Vanwege een discussie, of wel of niet zouden gaan omdat er door onze monteur (Erik) sterke twijvels waren of de autos het zouden halen, waren we enigszins vertraagd toch op pad gegaan. Een van de auto's had een dode accu en moest dus constant worden aangesleept. Na een tijdje te hebben gereden kwamen we bij de eerste brug aan, een houten brug die er niet geheel stevig uitzag. Inmiddels heb ik andere iedeen over stevig...De eerste plassen worden voorzichtig genomen en omdat er aan de weg werd getimmerd (ik denk dat ze hier ook 's nachts werken) was de weg nog slechter.
Het eerste probleem ontstond doordat een diepe plas met iets teveel enhousiasme genomen werd en er water in het luchtfilter was beland. Of was het de tape die de boel niet geheel meer bijeen kon houden...In iedergeval was het gevolg een auto die het niet deed, na de rol tape wat slanker te hebben gemaakt kon de trip vervolgen en kwamen we na een keer verkeerd te zijn gereden en vast te hebben gezten rond een uurtje of vier aan bij Witagron, een klein dorpje voor de brug waar de iedeen over stevig even werden bijgesteld. We hebben besloten om de nacht in het dorp te bivakeren en de volgende ochtend de brug te passeren. Na een heerlijke maaltijd van cheff Luuc en wat genip aan Bourgoe de Luucs was het tijd om te slapen.
Dag 2:
Met planken onder de wielen en veel pas en meetwerk zijn we in totaal 1,5 uur bezig geweest de brug te passeren met bijde auto's. Na de brug was meteen duidelijk dat hier minder frequent auto's langs komen. De plassen waren dieper het pad was smaller en de takken zorgden er dan ook voor dat de auto's goed geschuurd werden.
Na een wat vreemde manouvre van de voorste auto werd er over kanaal drie een noodsignaal gegeven dat er een schildpad op de weg zou zijn. Na inspectie bleek dit een roodwangsierschildpad te zijn die nog niet geheel was bijgekomen van de schrik.
De weg werd vervolgd, maar niet voor lang. Een van de auto's werd door een eigen wiel ingehaald. Het linker achterwiel was er spontaan afgelopen...Vanwege de gunstige situatie duurde het slechts 3 uur om de band erop te krijgen. Elk wiel had een moer minder maar de expeditie kon worden vervolgt. Uiteindelijk kwamen we rond half 7 aan bij Mozes kreek waar het geraamte van een kamp aanwezig was. Snel werd het ziel hierover gehesen en de hangmatten opgehangen. Na te hebben gebaad in de kreek was het tijd om de dag nog eens goed te overdenken en een deel van de flessen bourgoe doe nog wel heel waren op te drinken. Een mooie avond op een mooie plek.
Dag 3:
De volgende ochtend beseften we de schoonheid van deze plek nog meer. Hoewel we slechts 30 km voor de Blanche Marie vallen waren is uiteindelijk besloten om terug te keren.
De bruggen werden steeds sneller gepasseerd en de auto's sloegen steeds sneller af maar kwamen minder snel op gang. Eenmaal heeft het er toe geleid dat ik bijna deel uitmaakt van de voedsel keten. Omdat ik was uitgestapt om de sleepkabel aan te haken en het niet lukte de auto aan de praat te krijgen liep ik alleen door de jungle. Ver in de verte was het gegrom van de auto's te horen, achteraf twijvel ik eraan of het de auto's waren. Want op het moment dat ik werd opgehaald en goed en wel in auto zat sprong er een jaguar over de weg.
Na de brug bij Witagron weer te hebben gepasseerd werd besloten hier weer de nacht door te brengen, ditmaal in het dorpshuis.
Toen bleek dat een van de auto's niet meer kon worden aangesleept werd de hulp van de dorpsbewoners ingeschakeld. De leraar was bereid om de volgende ochtend lang te komen.
Dag 4:
Na wat gesleutel en een accu te hebben geleend kon de trip worden vervolgt. Op het moment dat de weg wat beter begon te worden kwamen er zwarte rookpluimen uit de auto en waren er duidelijk wat ponies gestorven want de auto was niet vooruit te branden. Uiteindelijk bleek de radiater vloeistof te zijn verdwenen. Na een kleine 6 liter toe te voegen waren de dorstige ponies afgekoeld en werd de weg naar de bewoonde wereld vervolgt. Vlak voor de verharde weg werd de rookmachine wederom aangezet, na een kijkje onder de moterkap werd besloten de auto naar het asfalt te slepen. Na alles te hebben overgeplaatst in de andere truck om onze weg naar huis te vervolgen werd een vreemd geluid geconstateerd en kort daarop was het geluid van verderf te horen. In combinatie met een goede olie streep over de weg en onder de auto werd geconcludeerd dat ook deze auto was overleden. Uiteindelijk dan toch maar een taxi gebeld.
Dezelfde avond zaten we nog bij de verhuurder om hem de sluitels te geven en hem succes te wensen met zijn auto's. Tot op de dag van vandaag hebben we hier niks meer over gehoord.
Al met al een mooie trip met veel gekkigheid. De meeste
fotos staan online.