Om 8.30u waren we alweer ijverig aan het stappen om een bezoekje te brngen aan de Palomani Pas, de hoogste pas op een luttele 5200m. Onderweg zijn we een groep tegengekomen van actieve omaatjes en bommatjes die krak dezelfde trek in acht daagjes afwerken en dan nog hijgen ze zich te pletter en moeten ze om de haverklap op een viervoeter verder gezeuld worden, ik leef mee met hun ploeg ocharme de sukkeltjes. Het paadje dat we volgden was zo goed als onbewandelbaar omdat het bezaaid lag met rotsen van kleintjes tot van die metershoge hompen. Van Manco moesten we een mooie steen uitzoeken van eender welke grote en die met ons mee naar het topje van de Palomani Pas dragen om onze Paccheta te maken, een torentje van stenen die elke wandelaar meebrengt in teken van de Apu Ausangate. Manco pakte doodleuk een stuk van minstens een kilo mee in zijn rugzak, wij hebben het toch bij iets lichtere versies gehouden want we liepen zo al krom genoeg. Op onze weg ben ik bijna op een omaatje gebotst omdat er zich een toerischtische kijkfile had gevormd op het paadje, er lag namelijk een wansmakelijk half uitgevreten kadaver van een paard,
hoogstwaarschijnlijk is het beestje gestorven van uitputting, slik. Het stukje steil omhoog naar de Palomani Pas in de blakende zon heeft ons letterlijk en figuurlijk bloed, zweet en tranen gekost en ging nog trager dan slakkentempo, elk stapje betekende een zware inspanning. We hebben de omaatjes en de bommatjes wel voorbijgestoken en ze in de verte achtergelaten, sommige zijn zelfs niet meer boven geraakt hihi. Op een mooi plekje in de schaduw van de Ausangate hebben we dan onze Paccheta in elkaar gestoken. Na van het uitzicht genoten te hebben zijn we weer afgedaald naar een vallei waar we uiteraard weer de nodige lekkere boef naarbinnen gestoken hebben en ondertussen met onze voetjes in het ijskoude water geplonst hebben. Dat deed ontzettend veel deugd omdat ik al bloeddoorlopen ringen had op mijn benen van mijn wandelschoenen en die begonnen er steeds wansmakelijker uit te zien. Van al dat geplons en het stevige zonnetje hadden we blijkbaar een duchtige zonneklop aan over gehouden, de rest van de dag leken we wel wat op een stel zombies en alsof dat nog niet genoeg was begon het ook nog oude wijven te gieten, net ons miezerige Belgenlandje. De mist kwam ook nog eens
opzetten en de wind loeide zodanig rond ons heen dat we ´beschutting´ hebben gezocht omdat het echt levensgevaarlijk werd, op sommige momenten zijn we gewoon een paar meter de dieperik in geschoven (Op heel de trek is het aantal paadjes heel bepekrt gebleven) en na een tijdje waaide ik zowat de hellingen af. De beschutting bestond uit: plet je tegen de helling, trek je plastieken poncho aan, drink een diepe slok rum en probeer vooral niet weg te waaien of het ravijn in te glijden. Dat het geen tocht voor watjes is zover waren we al, maar ik snapte meteen waarom er op de hikerssite staat ´Ausangate is DANGEROUS, evacuation is almost impossible) Hehe, letterlijk en figuurlijk living on the edge!! Toen we dachten dat de storm wel zou overwaaien begon het te hagelen en te sneeuwen, in een kwartiertje lag heel het gebergte bedekt onder een wit tapijt, het was wel schitterend om te zien maar het maakte dat we door de sneeuw helemaal verkleumd verder moesten ploeteren. We dachten dat er geen einde ging komen aan de dag toen eindelijk Finaya in zicht kwam, of beter, wat er niet van in zicht kwam want met de sneeuw zag
je geen steek meer. Het was nog maar 4.40u maar we zijn alleen ons tentje nog uit geweest om te eten omdat we gewoon bevrozen van de kou en dat met al onze kleren aan in de slaapzak dicht bij elkaar gekropen brrrrrrrrrrrrrrr. Tegen zes uur was het al donker en was er alarm geslagen omdat twee Amerikaanse trekkers met hun gids die we regelmatig onderweg tegenkwamen en waarmee we ook onze Rummomenten deelden niet aangekomen waren op hun kampplaats en de kok en de arriero niet wisten waar ze uithingen. Dat was wel ff scrhikken want de temperaturen waren ondertussen stevig gekelderd en er verdwalen er geregeld in de Ausangte en sommigen overleven het niet. De solidariteit op de Camino Ausangate is wel ontzettend bewonderenswaardig, meteen toen het nieuws ons kamp bereikte heeft Manco zijn rugzak gepakt en is de berg terug opgeklommen om hen te gaan zoeken samen met iemand van een ander kamp een uur verderop. Uiteindeljik hebben ze ze goed en wel aangetroffen en was er sprake van een misverstand, de gids was hen gewoon voorbij gelopen omdat je zowel op hoog als laag niveau door de vallei kan wandelen. Eind goed al goed, hoewel de
Amerikanen niet veel vertrouwen meer hadden in hun ´zotte gids´, achja foutjes gebeuren nu eenmaal... . En ja, mijn poepje is er bijna afgevroren toen ik achter onze tent een drolletje ging placeren. Bovendien zijn we ook regelmatig belaagd door onze paarden die met hun neuzen in de tenten kwamen duwen of met hun kont net iets te dicht passeerden, maar we hebben het overleefd!!