Zondagmorgen lekker fit terug uit de veren, althans ik toch, Bolleke“s gesteun en gekreun zou schering en inslag zijn en dat terwijl we een loodzware dag voor de boeg hadden. Om acht uur waren we al stevig aan het stappen door het stekelige en prikkende gras van de pampa“s, een steile klim die ons naar de Arapa pas zou brengen op zo“n luttele 4900m. Na heel wat plas- en rustpauze“s ingelast te hebben zijn we dan op het bovenste puntje geraakt waar we meteen felicitaties van Manco in ontvangst mochten nemen voor de zware inspanningen. De pas zelf was een aaneenschakeling van kleurschakeringen met hier en daar besneeuwe uitstekende rotsmassieven, precies een aquarel. In de vallei zijn we nog op een stel andere trekkers gebotst en omdat we rustig op ons gemakje door de kleurrijke omgeving passeerden zijn onze koks en arriero ook nog eens voorbijgestoken. Petje af voor die gasten die eerst heel het kamp moeten opbreken en dan op hun tennisslofkes komen voorbijgesprint! De trek ging verder tussen de Nevado Ausangate en de Nevado Queullacocha waarbij we toch wel heel verleidelijk ogende blauwgroene meren passeerden. Uiteindelijk hielden we halt bij Hatun Pucaccocha, een parel van een gigantisch gletsjermeer. In
vol enthousiasme zijn we van het pad afgedaald naar het meer om een beetje pootje te baden, bevroren teentjes waren het gevolg maar het loonde meer dan de moeite met de vogels die net hetzelfde idee hadden. Aan de oever dreef een vuile plastieken fles en dat was toch wel een doorn in het oog voor natuurliefhebbers als Manco en Leo, dus hebben ze met zijn tweetjes staan stuntelen om dat vieze geval eruit te krijgen. Het had niet veel gescheeld of ze lagen alletwee met hun smoel in het ijskoude water haha. In de vallei achter Hatun Pucaccocha hebben we geluncht en dat was zoals altijd, de kers op de taart. Welverdiend applaus voor onze koks die in niemandsland ons altijd trakteerden op een knapperige versnapering met dorstlesser, gevolgd door stevige roomsoep, hoofdgerecht, toetje en nog eens drank en dat terwijl wij met onze poep op de matras van het landschap lagen te genieten. Na een een halfuurtje welverdiende rust zijn we weer verder geklommen, ik enthousiast hollend achter Wairuru, de viervoeter die Bolleke de rest van de wandeling omhoog heeft gehoffen omdat ie helemaal uitgeput was. Een paard minder om de vracht te dragen betekent echter wel dat
de arriero meer ballast moet torsen en dus heeft Bol daar uit schaamte ook niet meer van durven profiteren na die ene keer. Bovendien is zijn conditie er op de hele trip geweldig op vooruit gegaan, met zelfs ettelijke kilo“s gewichtverlies tot gevolg. Mooi hoor zo trekken achter een half blote poep omdat de broek afzakt haha. Na protest van Wairuru zelf heeft Bol de klim naar de tweede pas, de Pucapunta pas helemaal opgekikkerd te voet afgelegd. Onderweg kwamen we weer heel wat prachtige meren tegen en ook heel wat alpacas en lamas wat heel wat mooie plaatjes opleverde. Na de tweede pas waren we zo goed als heleaal uitgeput en kon de afdaling naar de kampplaats beginnen, wat hoe kan het ook anders, gelegen was aan een meer. S“avonds was er nog een speciaal evenement. onze arriero Francisco wilde met ons een Pago a la Tierra doen, of een offerande aan de Apus (Heilige Berg). Er werd een klein vuurtje gestookt en er werden rituelen uitgevoerd met cocablaadjes en een Inca- waterpijp en dat allemaal tegen de rug van de machtige Ausangate. Don Francisco was ook helemaal in traditionele outfit maar daar heb ik geen fotootjes van want
dat doe je nu eenmaal niet tijdens een offerande aan de Apu. Veel hebben we er niet van begrepen want het gebeurde met de hele ploeg en dus was de voertaal Quechua, maar dat hoefde ook niet, het gevoel om daar te staan in zo“n prachtige omgeving met zulke fijne mensen was gewoon al overweldigend. Ook weer vroeg onder de wol gekropen om de volgende dag weer fit te zijn voor een nog zwaardere dag, en ik die dacht dat het niet erger kon...