Routeburn Track


Advertisement
Published: February 12th 2011EDIT THIS ENTRY

Routeburn Track 3/2-6/2



English (Lisa)

To say that it was raining when we drove from Milford Sound to the start of the Routeburn track is an understatement. It was rather as if the sky was continuously emptying buckets full of water. Luckily, heavy rain results in the most spectacular views in Fiordland. Many mountains are just bare rocks with hardly any trees on them, so the water has nowhere to go but to stream down them in the form of big waterfalls. While Erik and Jean were in complete awe in the front of the care, us two in the backseat were also slightly worried: we were about to start the Routeburn Track.
The Routeburn Track is one of the nine ‘Great Walks’ in New Zealand. It’s 32 km long and the track goes through both Fiordland National Park and Mount Aspiring National Park. Much of the track is above bush line, which means no protection against rain or wind but also amazing views in the case of fine weather. Six huts are located on the track: four for public huts (which do require booking) and two private huts for guided walks. Facilities in public huts: cold running water, toilets, bunkbeds with matrasses, fireplace, gas stoves.
Back to us sitting in the car; we hadn’t seen any of these views nor huts yet and were just wondering were we had got ourselves into. At the starting point (“the divide”) we changed into our tramping clothes. Then we were at the point that we just started laughing at the absurdity of us being at the other side of the world while looking ridiculous in our tramping clothes and the rain that was still pouring.
The walk to the first Howden hut was - even with the detour we took to key summit- only 2 hours. It wasn’t cold, and it was actually fun. The only really unpleasant thing was the sight of putting on wet shoes the next morning, because the rain had just simply entered my tramping boots at my ankles. The hut was already full of people talking, cooking, reading and playing games. They had put on the fireplace and everywhere you could see damp clothes hanging from the ceiling. This hut could accommodate 23 people and it was fully booked that night, a rare phenomenon at this hut. The hut warden looked rather pleased when he saw the amount of people in his hut. He was semi-retired and was responsible for Howden hut and part of the Routeburn walking track. Most of his life, he had spent as a sheep farmer. Every hut warden has to give a hut talk at night to inform people about safety regulations and the weather. Most wardens also tell some stories during their talk; this one talked about Stuart Island, where he had previously been a hut warden. Stuart Island is the small dot you see on the map at the far south end of New Zealand.

That night I felt extremely sorry that I’d forgotten my earplugs at Erik and Jean’s. Multiple people were snoring, and the man laying in the bed beneath mine was no exception. Everybody was already awake and active when I woke up the next morning at 7:40. When we had our breakfast at 9, we had the hut to ourselves. It wasn’t a very long walk to the next hut, which meant that we could take our time enjoying the views and sunbathing during our extended lunch break.
Mckenzie hut is situated next to a lake and sheltered by the forest. The lake looked
Forest & LisaForest & LisaForest & Lisa

This forest was incredibly green
appealing, but after dipping our toes in the ice cold water, we decided not to go for a swim. Some people did go, under which a few Germans who were staying at the camping ground close to the hut. It was quite entertaining to watch them, especially the ones that did not seem to enjoy it that much (“iiieh ich sterbe!”). Clive, the warden at this hut, was an Englishman who has been working at the Routeburn Track for the past 19 years. He told a hilarious story about a woman doing the Routeburn track some time ago.
The weather forecast was terrible (as you can see on the pictures). The warden told us that the next morning probably would be fine, but that it would start raining nonstop for the next 36 hours from 12:00 p.m. on. We did not want to miss any of the views, so we rose at 6:00 a.m (rising early has nearly become a habit during this holiday). It was magical to see the morning sun slowly illuminating all mountain ridges. When we reached the top, the weather was still fine and we decided to take the challenging detour and go up Conical Hill.
WaterfallWaterfallWaterfall

It was spectacular to walk that close to a waterfall.
It is a steep walk up, but once we reached the summit, we were rewarded by a breathtaking 360° view over the surroundings. We could see the mountains, valleys, lakes, birds and even the dark rain clouds heading toward us. It was only in the late afternoon when it started drizzling, so we were incredibly blessed that day weatherwise. After a long walk we also had a long stop at the Falls Hut, before we headed to the Flats Hut. Once we arrived, we only found three other people sitting there: two Israelis from Jerusalem and one man from Salzburg. We managed to light the fireplace and spent the night playing Dutch and Russian card games.
The next morning, the weather was awful. The hut warden at this particular hut was constantly smiling and seemed to enjoy himself tremendously doing his job outside in the rain. When we left he told us how pleasant it was to walk in the rain and that this is called “tramping weather”, because the old and experienced Kiwi trampers always feel the urge to go tramping in this weather. Together with the two Israeli guys, we walked the last bit of the track to the Routeburn Shelter. Again, the rain had caused the existence of many spectacular waterfalls. At the end of the track we saw Erik and Jean waiting for us at the shelter with some dry clothing and lunch.

Nederlands (Anouschka)

Maar toen... werden we afgezet bij The Divide; het begin van de Routeburn Track. Het is één van de Great Walks in het gebied hier, waar je veel meerdaagse tochten door de bergen kunt maken. Ondertussen was het alleen maar harder gaan regenen, en begonnen we met lichte tegenzin onze uitrusting bij elkaar te verzamelen en ons warm en waterdicht aan te kleden. Uiteindelijk zagen we er bijna onherkenbaar uit, met regenjassen, –broeken en handschoenen aan en grote backpacks op onze rug. Gelukkig was het maar een paar uur lopen naar de eerste hut en kwamen we nog lang niet boven de boomgrens uit. In het bos kwam het water van alle kanten; het stroomde langs en over het pad, liep in straaltjes uit de bomen en spuitte van de bergwand in watervalletjes. Omdat we toch niet echt natter konden worden besloten we nog even een zijpad in te duiken naar de Key Summit, van waar je met helder weer erg mooi uitzicht schijnt te hebben. Dat was een kansloze zaak natuurlijk.
Even later kwamen we aan in de hut, waar het haardvuur al brandde en er tientallen broeken, shirts, sokken en jassen aan het plafond hingen te drogen. Een hut bestaat uit een woongedeelte met houten tafels en banken en gaspitten om op te koken, en een slaapgedeelte met vooral stapelbedden. In een gebouwtje buiten zijn meestal de toiletten en heel soms een wasruimte (geen douche helaas, en ook geen warm water). Deze hut, de Howden Hut, is relatief klein want er zullen niet veel meer dan 20 mensen in passen. Elke hut heeft een toezichthouder, die ’s avonds een hut talk houdt om je wat te vertellen over de hut, de omgeving en de weersvoorspelling. Het weer is hier ontzettend veranderlijk en valt moeilijk te voorspellen. Je kunt naar bed gaan met een heldere hemel na een mooie dag en opstaan met lichte sneeuw en harde wind. Het gebied zelf is zo goed als afgesloten van de bewoonde wereld, de toezichthouders hebben enkel radioverbinding. Het is zaak op het pad te blijven, want er zijn nogal wat mensen verdwaald en gestorven op de berg omdat niemand weet waar je precies zit (klinkt heel heftig maar het pad is goed aangegeven, dus dat waren vast extreem eigenwijze/niet zo snuggere mensen).
Echte topmaaltijden kan je niet bereiden op zo’n tocht, want je probeert alles zo licht mogelijk te houden. Weinig verse groenten dus, en wel veel gevriesdroogd spul of iets wat je alleen hoeft te koken. De eerste avond hadden we pasta uit een kant-en-klaar pakje waar melk bij moest (hadden we niet bij ons). Echt lekker was het niet, maar gelukkig kregen we van iemand een zakje melkpoeder wat het iets draaglijker maakte. De lichten zijn aan van 8 tot 10 uur ’s avonds, dus daarna ligt iedereen wel zo langzamerhand in z’n slaapzak. Aangezien je met z’n allen op één zaaltje ligt, slaap je niet echt vast. Zeker niet als er een paar grote, zware mannen in de bedden onder en naast je liggen te snurken. Ach ja, je moet er wat voor over hebben.
4 februari 2011
Iedereen was al lang een breed vertrokken toen wij eindelijk onze bedjes uitkwamen. Maar we hadden geen haast, het zou de hele dag mooi weer zijn en we hadden maar 3 tot 4 uur lopen voor de boeg. Na een kopje thee en een stevig bord havermout (het vult wel, moet je maar denken...) konden we er tegenaan. Eindelijk konden we ook goed zien waar we eigenlijk overnacht hadden: aan de rand van het bos, aan een mooi meertje. Het pad liep door een bos waarin alles groen was, want alles was bedekt met een paar centimeter dikke laag mos. Met de ochtendzon die door de blaadjes scheen waren we de regen van gisteren al snel vergeten. Onderweg kwamen we langs de Earland waterval (174 meter hoog), waar je kunt kiezen of je een omweggetje loopt na veel regen, of direct onder de waterval wilt lopen. Wij kozen het laatste en kwamen er doorweekt weer onder vandaan, maar het was wel spectaculair. ’s Middags hebben we een paar uur in The Orchard doorgebracht om te lunchen en van de zon te genieten. Het is een stukje open veld met allemaal boompjes en het lijkt net een boomgaard (is het nooit geweest). Omdat het mooi helder was konden we aan de overkant van het verlaten dal de besneeuwde toppen zien liggen.
Aan het eind van de middag kwamen we aan bij Lake Mackenzie, waar onze tweede hut te vinden was. Deze was een stuk groter dan de eerste. Omdat het nog steeds warm weer was, zat iedereen op de veranda een beetje uit te rusten en hing er een gezellig sfeertje. De wandelaars zijn een mengsel van Nieuw-Zeelanders, Australiërs, Europeanen (vooral Duitsers en Zwitsers, maar ook enkele Nederlanders en Belgen) en Israeli’s. De laatste zijn duidelijk in de meerderheid, want heel veel jonge mannen en vrouwen uit Israel gaan na hun dienstplicht naar Nieuw-Zeeland om te reizen voordat ze gaan werken of studeren. De toezichthouder van de hut was meer een soort van cabaretier, met verhalen over alle bizarre dingen die hij in z’n 19 jaar hier op de berg heeft meegemaakt. De Franse die met een dure koffer met wieltjes de berg op kwam was wel het toppunt. De wieltjes braken van het ding af en ze heeft hem de hele weg op haar rug moeten dragen, totdat de blaren op ‘dr handen stonden. Bij de hut aangekomen bleek dat ze haar sleutel was vergeten en kon ze het ding niet eens open krijgen zonder het slot te breken. Hilarisch.
5 februari 2011
Vandaag stond de langste tocht op het programma, die minstens 7,5 uur zou gaan duren. Omdat er vanaf lunchtijd heftige regen was voorspeld, stonden we toen het nog donker was al naast ons bedje en rond 7:15 begonnen we aan de klim. Het was nog helder en we wilden het liefst zo vroeg mogelijk op het hoogste punt zijn om het uitzicht niet te missen. Het eerste stuk door een bos dat ze fairyland noemen was inderdaad sprookjesachtig met wild kronkelende boomtakken en weer overal mos. Daarna klom het steil omhoog, totdat we na een tijdje het meer en de hut in de diepte zagen liggen in de opkomende zon. Toen kwamen we echt boven de boomgrens uit, en liep het pad redelijk vlak een heel stuk evenwijdig aan het dal. We hadden geluk dat het nog helder was, want soms hadden we wel 360° om ons heen prachtig uitzicht, waarbij we op de paar wolkjes keken die langzaam binnen kwamen drijven.
Een paar uur later waren we op het hoogste punt van de Routeburn beland, waar een schuilhutje staat waar we geluncht hebben. Het weer was nog steeds redelijk, dus we besloten Conical Hill op te klimmen: een steile heuvel vanwaar je heel het Hollyford dal kunt zien en zelfs een glimp van de Tasman Zee op kunt vangen. Het pad werd steeds steiler hoe hoger we kwamen, en de stenen steeds gladder; op een gegeven moment was het meer bergbeklimmen dan wandelen. Maar het was het waard. Vanuit zee zagen we echter de steeds grijzer wordende bewolking landinwaarts gaan en het begon te druppelen.
De toch naar beneden was adembenemend mooi, met echte Lord of the Rings-achtige landschappen van grijze rotsen, geelgroene grassige begroeiing en watervallen. En wonder boven wonder ging het pas echt regenen toen we alweer in het bos liepen; we hadden geluk vandaag. Onderweg hebben we nog een tijdje in de Falls Hut geschuild, die helaas volgeboekt was waardoor we nog een stuk verder moesten lopen. Pas rond 4 of 5 uur kwamen we aan bij onze Flats Hut, dus we hadden er een lange dag op zitten. Daar aangekomen bleken er maar 5 mensen te overnachten: behalve wij alleen nog een Duitser en twee Israeli’s. De rest van de avond hebben we doorgebracht met kaarten en het haardvuur proberen aan te steken (het lukte uiteindelijk).
6 februari 2011
Het einde van de track was maar een paar uur weg, en we stapten laat in de ochtend de stromende regen in samen met de Israeli’s. De eerste riviertjes waren nog redelijk makkelijk over te steken door uitstekende stenen en boomstammen te gebruiken. Over de grote rivier die aardig wild en kolkend was geworden zijn gelukkig hangbruggen gemaakt. Maar uiteindelijk had het zoveel geregend dat we tot onze kuiten het water in moesten om verder te lopen. Als je eenmaal doorweekt bent maakt het eigenlijk toch niet meer zoveel uit.
Gelukkig stonden Erik en Jean trouw te wachten aan het eind van de wandeling met droge kleding en gesmeerde broodjes. Na een uurtje rijden kwamen we aan bij ons motel in Queenstown, waar het heet en zonnig was (?!). Eindelijk was daar een douche! Ik zal iedere douche voortaan meer waarderen dan ik hiervoor deed. Alles bij elkaar was het een onwijs gave tocht, ik zou het zo weer doen. De meeste mensen die we spraken hadden er nog meer gedaan in Nieuw-Zeeland, en één stel ook in landen als Nepal. Als ik hier ooit terugkom ga mijn lijstje met Great Walks zeker aanvullen.
’s Middags hebben we nog even gewinkeld in Queenstown, een populair vakantieoord voor de jetset en een verzamelpunt voor backpackers. We waren aardig gesloopt dus veel meer zat er niet in die dag.



Additional photos below
Photos: 22, Displayed: 22


Advertisement



12th February 2011
View from Conical Hill

!?
Heee!! Waar is je uberhippe retro tas? :P Wel echt een super gave tocht zeg! Mooie foto's :D xxxxxxx
From Blog: Routeburn Track
13th February 2011

@ Lian
Ja, die was wat te klein helaas... Er moest zoveel zooi mee voor die paar dagen;). Maar als handbagage is 'ie heel fijn hoor!
From Blog: Routeburn Track
13th February 2011

De track ziet er inderdaad heel spectaculair uit. Prachtige omgeving, maar al dat groen moet er wel ergens vandaan komen ... Op de foto's ziet het echt uit als fairyland, fantastisch ! We hopen het allemaal ook een keer me te maken. We hebben genoten van jullie reisverslagen over Nieuw - Zeeland. We zijn benieuwd naar de nieuwe aventuren in Australie. Die worden dan wel vanuit twee locaties beschreven, spannend.
From Blog: Routeburn Track
13th February 2011

@ papa, mama, Sabine
Erike en Jean zaten de hele tijd te vragen wanneer jullie naar NZ kwamen! Ik heb ook nog een kleine fietsbrochure meegekregen van Erik. Ja we hebben zelf aan levende lijve ondervonden waarom het regenwoud regenwoud heet, gelukkig alleen op de kortste dagen. Avonturen in Australie komen er ook aan, is alleen wat lastiger met die gecrashte laptop. Ik had je gister net gemist aan de telefoon, mam, Opa Josef zei dat je net weer op de trein zat. xxxx
From Blog: Routeburn Track

Tot: 0.99s; Tpl: 0.029s; cc: 13; qc: 50; dbt: 0.0508s; 50; m:apollo w:www (50.28.60.10); sld: 2; ; mem: 6.8mb