Het heeft nog even geduurd, maar we houden ons woord...
If you don't know where you go, every road will lead you there...
Vrijdag 08/02/2008 - Kinabalu Park
Gong Xi Fa Cai. Vandaag is het Chinees Nieuwjaar... en we zullen het geweten hebben! Voor vele Chinezen begint een weekje vakantie met een lang weekend, dat brengt heel wat volk op de baan!
Vandaag gaan we naar een van de hoogtepunten van onze reis, nl. Mount Kinabalu, die met zij “Low’s Peak” (neen echt niet laag, maar de man heette gewoon zo…) op 4.095 m, boven het Kinabalu Park uitsteekt. De (2de) hoogste berg van Zuidoost Azië.
Het park zelf (754 km2) werd in het jaar 2000 door de UNESCO uitgeroepen tot “Werelderfgoed” omwille van de unieke biodiversiteit: van laagland (dipterocarp)- en bergregenwoud, over nevelwoud, sub-alpijns naaldbos en struikgewas tot alpijns grasland, rotsplanten en dwerggroei in de opperste regionen, met een uitzonderlijk rijke variëteit aan fauna en flora met heel wat endemische soorten (waaronder velen als bedreigd of kwetsbaar staan gecatalogeerd).
We hebben uiteindelijk de beklimming maar aan anderen overgelaten en hebben ons beperkt tot een wandeling in de botanische tuinen
op ong. 1.500m, om een kijkje te nemen in deze wonderwereld.
Op weg naar Poring, aan de andere kant van de berg, zijn we op zoek gegaan naar de grootste bloem ter wereld: de
Rafflesia.
Rafflesia is een geslacht van parasitaire bloemplanten die genoemd is naar Thomas Stamford Raffles (ja, diezelfde van het beroemd hotel in Singapore!). Het geslacht bestaat uit 15-tal soorten, waarvan de allergrootste (bloemdoormeter tot meer dan 1 meter en een gewicht tot 10 kg!) de
Rafflesia arnoldii is.
De moeilijkheid is deze in bloei te vinden, want het zijn solitaire planten en de bloei duurt amper 1 week. Een bordje langs de weg help ons in onze zoektocht en wijst ons de weg tot een privee achtertuin (waar we 10 Ringgit entreegeld moesten afdokken!), maar de omweg wel waard: niet echt mooi, maar wel bijzonder.
De warmwaterbronnen van Poring zijn bekend om hun heilzame werkingen en zijn een geliefde plek voor familie-uitstapjes…
Hier lopen we uiteindelijk helemaal vast: de pools zijn overbevolkt en dat is ook het geval voor de ‘Canopy Walk’, waar zich een wachtrij van ruim 2 uur heeft gevormd! We halen het niet meer
voor het donker wordt, dus geven we er maar de brui aan.
En de terugweg van ruim 100 km naar KK doet ons, behoudens het kader, veel denken aan de Ring (van Brussel of Antwerpen, naar keuze) tijdens de spits...met mist als toemaatje!
De avond wordt besloten met een etentje in een Italiaans restaurant: de versiering is Chinees inclusief leeuwendansen en trommelgeroffel (because Nieuwjaar), maar de smaak is echt Italiaans! Een leuke afwisseling.
Zaterdag 09 - Lahad Datu en het laaglandregenwoud van Danum Valley
Vroeg het vliegtuig op naar Lahad Datu, in het zuiden van Sabah.
Daarna meteen, per zware 4x4, 80 km (2½ uur) over piste naar het hartje van de
Danum Valley Conservation Area, een beschermd gebied van 430 km2 ‘maagdelijk’ (diopterocarp) laaglandregenwoud, omringd (en gefinancierd) door houtkap-concessies.
Onderweg kruisen we een reeks wegmastodonten die de kostbare houtstammen afvoeren. Op zich al indrukwekkend!
In deze concessies wordt wel ‘gecontroleerd gekapt: in de buitenzone worden de open plekken heraangeplant met endemische soorten, om het woud te herstellen. In de volgende zone wordt er een ‘low impact logging’ gedaan, wat betekent dat er niet systematisch wordt gekapt, en niet meer uit het
woud wordt gehaald dan wat het zelf produceert.
Onderweg merken we eveneens heel wat ‘droppings’ die getuigen van de aanwezigheid van de ‘Pygmee’ olifant. We hopen uiteraard er te kunnen zien, maar het woud is zo dicht, dat de kans wel erg klein is. Spannend, toch?
De
Borneo Rainforest Lodge is wondermooi gelegen op een open plek, in een bocht van de Danumrivier.
De infrastructuur is ronduit prachtig en mooi geïntegreerd in de omgeving. Een haast decadente luxe in een voorhistorische omgeving...
Als wij per 4x4 zijn gekomen, zijn er ook gasten die de trip uit Lahad Datu per busje hebben moeten doorstaan... naar het schijnt een hele beproeving. Maar men moet er iets voor over hebben, want het is immers een voorrecht op zo’n unieke plek in de natuur te kunnen vertoeven…
We maken meteen kennis met een
Gray-tailed Racer (
Gonyosoma oxycephalum), die lekker ongestoord zit te zonnen naast de ingang van de lodge...
Na de lunch, een natuurwandeling als eerste verkenningsronde: we maken snel kennis met een aantal gasten van het woud, inclusief de vrolijkste van den hoop: de bruine- en de
Tiger leech!
We wagen tevens onze eerste stappen
op een Canopy Walkway. Hier is geen file en het parcours is enkele maanden geleden verlengd met een paar bijkomende hangbruggen, die wel, halverwege, een extra beklimming vergen van een 10-tal meters op ladders langs de loodrechte stam van een van deze woudreuzen (60m hoog)! Ruim 250m lang, op 30-40m hoogte deinen: niet voor doetjes!
Buiten een prachtig uitzicht en de adrenalineshot, geeft het je toegang tot de biotoop van de hogere regionen van het woud: hier is immers oneindig veel meer leven dan beneden op de begane grond, waar nauwelijks nog varens en paddenstoelen kunnen gedijen.
Behoudens de hyperkinetische bloedzuigers, kunnen we o.a. nog enkele
Helmeted Hornbills (
Rhinoplax vigil) bewonderen, een Green Fence Lizard (
Bronchocoela cristatela) en andere hagedissen, centipedes, millipedes, en nog veel meer …
Terug naar de lodge, kunnen we, na een verkwikkende (regen)douche, op ons terras genieten van een ballet van Neushoornvogels (Rhino Hornbills, great rhinoceros (
Buceros rhinoceros) op muziek van
cicaden...de dansbewegingen zijn statig en sierlijk, de noten schel en schril als de melopee van... een cirkelzaag!
Na het diner nemen we plaats in een open truck voor een nachtelijke game drive: onze gids, gewapend met een verstraler, weet
(meestal aan de glinstering van de ogen in het lichtbvan de schijnwerper) heel wat dieren te spotten in het donker, o.a.
Mouse deers,
Sambar deers (
cervus unicolor),
Black flying squirrel (
Aeromys tephromelas),
Reticulated python of Netpython, …
Zondag 10/02/2008 - Danum Valley
Bij dageraad, nog voor het ontbijt zijn we al op stap (of beter gezegd: ik ben alleen komen opdagen). De (
Bornean Gibbons (
Hylobates muelleri) maken herrie, hoog in de bomen (te hoog om een foto te kunnen nemen), om hun terrein af te bakenen. Wat verder, in de buurt van een andere gibbon, ontdekken we een
Beermarter (of
Binturong ), wat eerder uitzonderlijk is.
Na het ontbijt zijn er meer kandidaten (7) voor de wandeling. Op naar de ‘coffin cliff’, een vroegere begraafplaats van de Kadazandusuns, langs de steile rotswand, en verder naar de ‘view point’ voor een vogelperspectief over de vallei. Onderweg kunnen we een glimp opvangen van een schuchtere orang-oetan.…
Op de terugweg, voelt niemand zich geroepen voor een verfrissend plonsje in de 'jacuzzi-pool' onder de waterval.
We zijn verheugd jullie onze benoeming tot Erelid van “Danum Valley Blood Donor Society” te kunnen
aankondigen…al moet ik toegeven dat er niet echt naar mijn mening is gevraagd, en dat de bewuste ‘Haemadipsa zeylandica’ zich, spijts de beschermende ‘leech socks’, zich toch onder mijn kledij wist te werken en een zacht en warm plekje op mij buiktje uit te zoeken om zijn slag te slaan!
In de namiddag staan de Segama- en de Hornbill Trail op het programma. En dan kwam de regen… en de paden werden moeilijk begaanbaar, zodat we de wandeling hebben ingekort. Wij hebben dan maar wel een nieuwe oversteek van de Canopy Walkway gemaakt om ons te troosten...
's Avonds maakt een Bearded Pig (
Sus barbatus) zijn opwachtingen aan de deur van de keuken...
Maandag 11/02/2008 - Danum Valley
Door de aanhoudende regen hebben we afgezien van de 2 geplande ochtendwandelingen. Er zijn immers weinig dieren te zien in dit weer (en het loopt niet zo prettig!). We hebben dan maar rustig de tijd genomen om nog wat van de prachtige accommodatie te genieten en onze bagage te reorganiseren.
Na de lunch, per 4x4, terug naar Lahad Datu. Een Engels koppel kan ons vervoegen en weten zo de busrit te ontsnappen. En nu is het
pas echt modderig. Onze bijzonder ervaren chauffeur kan niet beletten dat we herhaaldelijk gevaarlijk gaan slippen. Maar hij brengt ons uiteindelijk veilig op onze bestemming. Ik zou niet willen dromen deze rit in een minibus te moeten doorstaan…
In Lahad Datu vinden we geen bus meer om ons naar Sandakan/Sepilok te voeren. Dan maar een ‘Wagon’ (4x4) charteren. De rekening is wel gepeperd: 200 Ringgit (of zowat 5 x de normale prijs van het kaartje), maar er is geen alternatief ...en het comfort kunnen we eigenlijk wel smaken.
Lahad Datu - Sepilok: 200 km oliepalmplantages! In de regen! Je kan je nauwelijks saaier voorstellen.
Alles wat vroeger regenwoud was werd kaal gekapt voor het hout, en werd heraangeplant met deze (lucratieve) palmolieteelt. (Denk er maar eens over na wanneer je biobrandstof tankt!).
Geen wonder dat er zoveel diersoorten bedreigd zijn: hun habitat wordt gewoon verwoest!
Dinsdag 12/02/2008 - Sepilok en Abai village
De regen blijft aanhouden.
Vanochtend gaan we eerst naar het
Sepilok Wildlife Rehabilitation Center, die, net als het opvangcentrum van Semonggoh (in Sarawak), orang-oetans opvangt en voorbereid om terug in het wild te worden gelaten. Het centrum wordt vaak opgeroepen om dieren
die in de plantages zijn terechtgekomen weg te halen: de orang-oetan heeft immers de gewoonte om elke dag een nieuwe nest van takken eb blaren te maken, en dat vinden de plantagebezitters niet zo leuk, omwille van de aangebrachte schade. Vaak worden de verdwaalde volwassen dieren afgeschoten (ondanks het strikte verbod) en moeten kleintjes worden opgevangen in de nursery van het centrum.
Vermoedelijk door het weer hebben de Orang-oetans niet veel zin om ver in het woud achter eten te zoeken. We treffen er dan ook een 6-tal (wat best wel veel is) op de eetplaform samen met een massa even hongerige
Pig-tail - (
Macaca nemestrina) en
Long-tailed Makaken (
Macaca fascicularis). De competitie geeft wel aanleiding tot wat acrobaten-spektakel, tot groot jolijt van het aanwezige publiek.
Terug naar Sandakan om per speedboot de baai over te steken langs de Suluzee en de
Kinabatangan-rivier op te varen. Hoewel hier ook stevig gerooid is geweest, heeft deze mangrove- en moerasgebied (wetlands) kunnen ontkomen aan een systematische aanplanting van oliepalmen, en heeft het woud zich gedeeltelijk kunnen hetstellen. Dit mede dankzij het feit dat het WWF de steek heeft laten uitroepen tot 'Wildlife Sanctuary', wat net een trapje
lager is als een nationale park. De smalle strook stekt zich uit langs beide oevers van de rivier en enkele bijriviertjes, en is erg rijk aan allerlei diersoorten. Gezien de bomen lager zijn gebleven dan in het regenwoud kunnen de dieren ook makkelijker worden gezien...als het niet teveel regent, natuurlijk!
We lunchen in het
Abai Jungle Lodge, waar we ook zullen overnachten.
In de namiddag worden we uitgenodigd in een dorpje van de Orang-Sungai (mensen van de rivier) aan de overzijde. We worden daar vergast op dansjes door de kinderen en aangemoedigd om het ook maar een te proberen! Opgepast voor de enkels, want de bamboe-stokken worden wel ritmisch tegen elkaar geklopt!
s’ Avonds laten we ons overhalen om toch maar een tochtje op de rivier te maken, zonder veel hoop iets van betekenis te zien. En inderdaad buiten enkele neusapen en een familie langstaart makaken, schuilt de fauna voor de regen…Toch een lichtpuntje: de vuurvliegjes zijn wel op de afspraak en troosten ons met een heuse Kerstverlichting.
De kamers zijn gebouw op palen midden... een kikkerpoel, en we kunnen dan ook voluit genieten van een avond-serenade door het locale kikkerkoortje...
Woensdag 13/02/2008 - van Abai naar Sukau
Tijdens onze ochtend-riviertripje naar een nabijgelegen 'oxbow lake' (een afgesneden meander van de rivier), zijn al even weinig dieren te zien, jawel door de regen!
Tijdens een korte opklaring profiteren we om een paar koffieboompjes, die we hebben gekocht, te planten in Abai village, ten bate van de dorpsbewoners.
Daarna naar Sukau per speedboot. En
"Here comes the rain again..." In het
Kinabatangan Riverside Lodge kunnen we wat uitblazen, maar voor het avondeten dient een dress code gerespecteerd: de sarong!
Donderdag 14/02/2008 - van Sukau terug naar Sandakan
Het regent nog steeds….je zou er depri van worden!
Tijdens de terugreis naar Sandakan is er niets spectaculairs te melden
Vrijdag 15/05/2008 - Sandakan
Regen nog steeds
Sandakan mag dan een hele rijke stad zijn (geweest) door de ongebreidelde handel in tropische houtsoorten en de palmolie-industrie, het is aan het centrum niet te zien. Ondanks het feit dat alles werd herbouwd na de WO II, alles was immers platgebombardeerd, lijkt het allemaal vergane glorie: half-lege winkelcentra, verkankerde gebouwen... al worden hier en daar projecten opgestart. Al bij al niet echt een bezoek waard.
Zaterdag 16/06/2008 - de terugweg via Kuala Lumpur
Selamat jalan! We nemen afscheid van Borneo, het land beneden de wind.
Een eerste vlucht brengt ons naar Kuala Lumpur.
Hier hebben we een 10-tal uren te verliezen, ruim genoeg dus om even de stad in te trekken. Met de KLIA Express naar KL Sentral en dan verder met de monorail. Onderweg kunnen we in de verte de rijzige gestalten van de Petronas torens bewonderen.
In KL aan shopping centers geen gebrek. Het een al wat fraaier dan het ander. Een ware paradijs voor ‘shopaholics’ (of een aderlating voor je portefeuille - ’t is maar hoe je het bekijkt)! Toch heeft het Plaza Low Yat nog iets bijzonders: hier géén modieuze prêt-à-porté, blitse accessoires, bedwelmende parfums of fraaie boeken en CD’s, maar … op 6 verdiepingen, het hol van Ali-Baba van de ‘consumers electronics’, 100-den shop(je)s met een exuberantie aan computers, gsm’s en digitale uitrusting! Je gelooft je eigen ogen niet! En het zou nog allemaal legaal zijn ook…
Het is bijna middernacht en 30°C in KL als we vertrekken.
Bij aankomst Schiphol rond 6 uur 's ochtends is het nog maar -4°C…. Brrrr!