Na het kleine gezellige Togo, steek ik de grens over met Benin. 's Morgens is de best kans op het vinden van vervoer tussen Kandé in Benin en Boukoumbé aan de andere kant van de grens. Om 6:30u sta ik op het busstation, ik wordt er nog net op tijd door iemand op gewezen dat ik me hier in Kandé moet laten uitstempellen, dus ik ga opzoek naar de douane beanmte die dat voor me kan doen.
Het eerste wat de beste man tegen me zegt; ''Zo jij kan best een biertje voor me kopen''. Het is nog niet eens 7:00u!!!!! en de man stinkt nu al uit z'n giegel naar bier en heeft er blijkbaar nog niet genoeg van.
Hij blijft het proberen, wat ik half negeer, half beleefd probeer te weigeren, maar ik heb uiteindelijk mijn stempeltje, ik kan het land uit.
De auto die me naar de grens gaat brengen staat er gelukkig nog, met mijn tas op het dak, als ik terug kom, maar van vertrekken lijkt voorlopig geen sprake, er is pas één andere pasagiers en we vertrekken pas als ie vol is.
Tegen 10-en gaan we dan eindelijk, de weg is niet meer dan een zandpad vol met kuilen en hobbels en maar ik kan geen kant op, ik zit hardstikkeveilig, ik zit achterin op de 2e achterbak van de oude stationcar, klem met mijn hoofd tegen het dak en met op mijn beide knieen een kind, Bij elke hobbel stoot ik mijn hoofd dan wel tegen het dak, dan wel tegen een van de hoofdjes van mijn nieuwe vrienden, maar gelukkig is het niet ver, met een uurtje of zo zijn we in Boukoumbé, geen douane of iets gezien, dus ga zelf maar weer opzoek voor een stempel.
Van Boukoumbé is het nog een klein stukje naar Natiitingou een fantoenlijke plaats met zo'n 100.000 inwoners. Als ik dacht dat ik het eerste stukje van de reis opgepropt zat, had ik het toch echt mis, als we vanuit Boukoumbé vertrekken ben ik de enige in de auto, maar de chauffeur pikt zo hier en daar nog het een en ander op, als we in Nitingou aankomen zitten we met zijn 18-en in de station car, 5 mensen voorin de chauffeur, drie jongens en een moeder met een baby, zes op de achterbank, waaronder ik dus en vijf op de 2e achterbank, waaronder twee moeders met een baby. En er hebben nog een tijdje twee jongens op het dak mee gereden, maar die zal ik maar niet meetellen.
In Natitingou begint het me op te vallen, het ge-Yovo (Yovo betekend blanke), zo'n beetje bijna iedereen die je tegenkomt blijkt het nodig te vinden om Yovo naar me te roepen, dan zijn er nog de bromtaxies, die je aandacht proberen te trekken met hun vresselijk irritante ge-ssst en de nog irrantere dwingende manier van vinger gebaren. Opzich allemaal niet zo veel schokkender als ik al heb gezien in de rest van West-Afrika, maar opeens begint het me allmaal vreeselijk te irriteren, Togo was zo lekker rustig.
Als je reageerd op het geroep van Yovo, volgt het onvermijdelijke vragen, ''geef me geld'', ''geef me een cadeau'', geef me dit, geef me dat, waarom geef je niet? Je bent blank dus je bent rijk, geef eens iets. Ik wordt er helemaal gestoord van, ik krijg ongeveer wurgneigingen zodra iemand tegen me begint te praten, zelfs als het een vriendelijke ''Boujour'' is, ik besef dat ik hier niet te lang kan blijven, ander bega ik een moord. Langzaam reis ik zuidelijker, maar het is overal het zelfde, wat zijn die mensen hier vreeselijk vervelend, ik verstop me in mijn hotel, deur op slot en kom alleen nog naar buiten om te eten, ik ben hiet hier opeens vreeselijk zat.
Al met al duurt dit maaar een paar dagen, als ik in Cotonou aankom, de grootste stad van het land en de offiseuze hoofdstad, valt het allemaal wal weer mee, de mensen zijn hier in elkgeval wat meer gewend aan blanken. Ik blijf een paar dagen in Cotonou om te bedenken heo ik verder zal gaan, het orginele plan was naar Niger en dan langzaam riching het zuiden, maar nu moet ik terug naar Ghana, waar mama de 19e op me staat te wachten op het vliegveld. Ik overweeg via Niamey terug naar Ouaga te gaan, maar in Niamey is niet veel te zien, dus neem maar rechtstreekse bus naar Ouaga.